De Yucatàn
Hoop is als het spoorzoeken naar de tekenen van een ondergrondse rivier
Mensen die me kennen zullen me een optimist noemen, iemand met hoop. Maar om eerlijk te zijn, zijn er ook veel momenten waarop mijn optimisme als onkruid uit de grond wordt gerukt. Hoop lijkt soms wel wat op op een klaproos, mooi voor een dagje maar hij verwelkt snel.
De Yucatàn is een rivier die door Zuid-Mexico stroomt, soms wat aan de oppervlakte langs rijke, groene bossen maar vaak ook een stuk dieper. Op deze plekken zie je geen bos maar vooral stof en woestijn om je heen. Deze dorre vlaktes kunnen gigantisch uitgestrekt zijn. In vroegere tijden, voor die van de vliegtuigjes of four wheel drives, was het extreem gevaarlijk om deze vlaktes te doorkruisen, sterven van de dorst was een reel risico. Slechts hier en daar borrelt de Yucatàn even op en kan je je watervoorraden aanvullen. Alleen een getraind oog kan de sporen van de ondergrondse rivier herkennen, hier een daar een klein struikje, een losse cactus, een paar boompjes. Als je dit groene spoor weet te herkennen en te volgen dan kom je vanzelf wat oppervlaktewater tegen en kan je daar weer op krachten komen.
Het kan soms zo zijn dat als je naar beneden kijkt, naar het pad van je leven, dat je dan vooral stof en zand ziet. Als je om je heen kijkt in de wereld dan zie je dat ook overal om je heen. Op dat soort momenten heb je eigenlijk twee opties. Je kan ontmoedigd in het stof gaan zitten, opgeven en langzaam al het leven uit je laten wegsijpelen. Dat zijn de momenten waarop je schouders iets te veel hangen en de levenslust in je ogen ontbreekt. Of je kan op zoek gaan naar het groene spoor. Dàt is wat hoop voor mij betekent: het is koppig vertrouwen dat onder het stof en het zand nog ergens de Yucatàn stroomt. Hoopvol leven is op zoek gaan naar de struikjes om je heen, te midden van alle dorheid. Het getrainde oog zal ze weten te herkennen, hier en daar een minuscuul plantje dat de aanwezigheid van stromend water verraadt. Hoop is weten dat als je het groene spoor weet te vinden, je vroeg of laat wel bij een waterpoel moet uitkomen. Hoop mobiliseert me, stuwt me voort. Dit betekent niet dat alles ineens beter gaat, of dat het plotseling beter gaat worden, maar wel dat ik in beweging kom, het helpt me om uit mijn bed te komen en door te gaan met wandelen.
Het leven is gelaagd, er zijn de lagen van stof en zand. Maar nergens is het zo droog dat er niet toch wat stroomt, de Yucatàn verraadt zich telkens weer. Elke dag sta je op en heb je twee opties: zitten in het zand of zoeken naar de groene sporen van de Yucatàn, de ondergrondse rivier van de hoop.